Algemene Voorwaarden bij aanvraag tot accreditatie van nascholing
De Nederlandse Vereniging voor Reumatologie neemt de ‘Algemene Voorwaarden bij aanvraag tot accreditatie van nascholing’ van de KNMG https://www.knmg.nl/ik-ben-arts/gaia/aanbieders-nascholing met de volgende aanpassingen:
1) Aanvraagtermijn
a Een aanvraag dient ten minste twee maanden voor de uitvoering van de nascholing te worden aangevraagd.
b Aanbieders van bij- of nascholing kunnen accreditatie uitsluitend voorafgaand aan een bij- of nascholingsbijeenkomst aanvragen.
c Bij uitzondering kunnen specialisten die aan een bij- of nascholing hebben deelgenomen, bij de Wetenschappelijke Vereniging of Beroepsvereniging van het eigen specialisme, achteraf accreditatie aanvragen.
2) Elektronische of ‘papieren’ aanvraag
a Accreditatieaanvragen dienen alleen elektronisch te worden ingediend
3) Mogelijkheid tot het stellen van aanvullende eisen
De Nederlandse Vereniging voor Reumatologie stelt als eis dat tenminste één van de leden van de programmacommissie is geregistreerd als reumatoloog of internist-immunoloog op het vakgebied van de betreffende scholingsbijeenkomst.
4) In te sturen informatie, betaling en beoordelingstermijn
a Een accreditatieaanvraag wordt pas in behandeling genomen, nadat:
– de accreditatiecommissie een volledig ingevuld aanvraagformulier heeft ontvangen;
– de accreditatiecommissie het (concept)programma heeft ontvangen;
– aan de eventuele betalingsvoorwaarden van de betreffende accreditatiecommissie is voldaan.
b Indien een eerdere editie van de bij- of nascholingsbijeenkomst is geaccrediteerd, wordt u verzocht zo mogelijk een overzicht van de resultaten van de meest recente evaluatie onder de deelnemers met dit aanvraagformulier mee te zenden. De Nederlandse Vereniging voor Reumatologie stelt dit niet verplicht.
c Indien de accreditatiecommissie dat verzoekt, dient u binnen 6 weken na afloop van de (laatste) bijeenkomst een overzicht aan de accreditatiecommissie te zenden van de:
– Resultaten van de evaluatie onder de deelnemende artsen (mits deze heeft plaatsgevonden).
– Aan artsen verstrekte deelnamecertificaten. Dit overzicht bevat:
namen van de artsen die een deelnamecertificaat hebben ontvangen;
specialisme van de betreffende artsen;
aantal accreditatiepunten/ -uren dat aan de betreffende artsen is toegekend.
d Volgens vastgestelde criteria wordt een aantal aanvragen op voorhand geaccrediteerd. Deze aanvragen worden niet besproken in de Commissie Accreditatie, maar dienen wel te worden toegevoegd aan het GAIA-systeem (Zie bijlage 5).
e De overige aanvragen worden doorlopend beoordeeld en indien nodig maandelijks besproken in de Commissie Accreditatie en ontvangen het predicaat ‘geaccrediteerd door de NVR’. De Commissie moet consensus bereiken (na oordeel van minimaal 4 commissieleden).
f Een cursus wordt in principe in het geheel (aantal uren) geaccrediteerd, met een maximum van 6 uur per dag. Er is een maximum van 24 uren per meerdaagse nascholing.
g Voor de behandeling van een accreditatieaanvraag in de Commissie Accreditatie wordt € 75,00 excl. BTW in rekening gebracht voor niet-commerciële nascholing (niet-gesponsord, geen inschrijfgeld) en € 225,00 excl. BTW voor gesponsorde en/of commerciële nascholing. Voor niet-commerciële nascholing georganiseerd door een werkgroep van de NVR en voor niet-commerciële regionale refereerbijeenkomst worden geen onkosten in rekening gebracht.
h Accreditatieaanvragen voor bij- of nascholingsbijeenkomsten worden in principe binnen 4 weken beoordeeld, mits de factuur is voldoen (in vakantieperiodes en bij complexe aanvragen kan dit iets langer zijn).
5) Reclameren, bezwaar en beroep
a Reclameren
In geval van een vergissing van de accreditatiecommissie (bijvoorbeeld een vergissing in de berekening van het aantal toe te kennen accreditatie-uren) kan de accreditatiecommissie via de e-mail worden verzocht om herstel van de gemaakte ‘fout’. De accreditatiecommissie wordt geacht om in geval van een vergissing binnen 2 weken uitsluitsel te geven. Veelal kan dit worden afgehandeld door het secretariaat van de accreditatiecommissie.
b Bezwaar
Het aanvechten van een besluit van de accreditatiecommissie om een (onderdeel) van een bijeenkomst niet te accrediteren, kan uitsluitend door het formeel indienen van een bezwaar bij de accreditatiecommissie.
Een bezwaar wordt alleen in behandeling genomen als het per e-mail wordt ingediend bij het secretariaat van de accreditatiecommissie van de NVR (info@nvr.nl).
Een bezwaar van een individuele arts (= deelnemer aan de betreffende bijeenkomst) wordt alleen in behandeling genomen als het vooraf (voor de betreffende bijeenkomst) wordt ingediend.
Een bezwaar dient met argumenten te worden onderbouwd met verwijzing naar het beoordelingskader van het Accreditatie Overleg.
De herbeoordeling door de accreditatiecommissie vindt plaats door een andere accrediteur dan de accrediteur die de eerste beoordeling heeft gedaan.
De accreditatiecommissie wordt geacht om uiterlijk binnen 5 weken, en zoveel eerder als mogelijk, schriftelijk (per e-mail) uitsluitsel te geven.
De accreditatiecommissie dient haar herbeoordeling inhoudelijk te motiveren met verwijzing naar het beoordelingskader van het Accreditatie Overleg.
c Beroep
Tegen een uitspraak van de accreditatiecommissie kan uitsluitend in beroep worden gegaan, nadat de accreditatiecommissie een ‘bezwaar’ heeft afgewezen.
Een verzoek tot herziening van een afwijzing door de accreditatiecommissie van een ingediend bezwaar, dient bij het bestuur van de betreffende Wetenschappelijke Vereniging en/of beroepsvereniging te worden gedaan.
Het bestuur is vrij om te besluiten de behandeling van het beroep te delegeren naar de Beroepscommissie Accreditatie van de NVR of aan een andere betrouwbare, ter zake deskundige, en onafhankelijke commissie binnen of buiten de vereniging (niet zijnde de accreditatiecommissie).
Een ‘beroep’ wordt alleen in behandeling genomen als het, samen met het afgewezen bezwaar van de accreditatiecommissie, per e-mail wordt ingediend bij het secretariaat van de betreffende ‘beroepscommissie’.
Een ‘beroep’ dient met argumenten te worden onderbouwd met verwijzing naar het beoordelingskader van het Accreditatie Overleg.
De (betreffende) leden van de accreditatiecommissie worden door het bestuur/ de beroepscommissie van de betreffende Wetenschappelijke Vereniging mondeling of schriftelijk gehoord, maar geen van de leden van de accreditatiecommissie wordt bij de herbeoordeling betrokken.
Het bestuur/ de beroepscommissie wordt geacht om binnen 8 weken, en zoveel eerder als mogelijk, uitsluitsel te geven.
Het bestuur/ de beroepscommissie dient haar herbeoordeling inhoudelijk te motiveren met verwijzing naar het beoordelingskader van het Accreditatie Overleg.
Het bestuur/ de beroepscommissie doet een kopie van haar herbeoordeling toekomen aan de accreditatiecommissie.
Tegen de herbeoordeling van het bestuur/ de beroepscommissie is geen beroep mogelijk.
6) Deelnamecertificaat
Aan een arts van een specialisme waarvoor accreditatie is verkregen, dient aan het eind van zijn/ haar deelname aan de bij- of nascholingsactiviteit een certificaat als bewijs van deelname te worden uitgereikt. Een elektronisch bewijs van deelname is ook toegestaan.
Op ieder certificaat wordt vermeld welke verenigingen accreditatie hebben toegekend en hoeveel accreditatiepunten/ uren zij hebben toegekend.
Indien de arts niet de gehele bij- of nascholing heeft bijgewoond, wordt op het certificaat het aantal accreditatiepunten/ uren vermeld, dat de arts daadwerkelijk aan de bij- of nascholing heeft deelgenomen. In dat geval s.v.p. afronden op hele accreditatiepunten/ uren (minder dan 30 minuten = 0 accreditatiepunten/ uren; gelijk aan of meer dan 30 minuten = 1 accreditatiepunt/ uur).=
Aan artsen van specialismen waarvoor geen accreditatie is verkregen of aangevraagd, dient op hun verzoek eenzelfde certificaat te worden uitgereikt. Zij kunnen hiermee aantonen dat zij geaccrediteerde scholing buiten hun eigen vakgebied hebben gevolgd.
De aanbieder van de nascholing is verplicht om binnen twee maanden na afloop van de activiteit de presentielijst van de deelnemers in te voeren in het GAIA-systeem aan de hand van BIG-nummers. Dit geldt ook voor regionale refereerbijeenkomsten. De deelnemer mag niet zelf presentie van binnenlandse nascholing in het GAIA systeem invoeren. Voor buitenlandse gevolgde nascholing dient de deelnemer wel zelf presentie in het GAIA systeem in te voeren. Het uploaden van certificaten behaald door buitenlandse nascholing, stelt de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie verplicht.
7) Toegankelijkheid
a Deelname staat open voor iedere specialist van een specialisme dat tot de doelgroep behoort.
8) Evaluatie, toetsing en visitatie
a Bij voorkeur worden de kwaliteit van het programma en van de docenten schriftelijk door de deelnemers geëvalueerd.
b Bij voorkeur worden de leervorderingen van de deelnemers getoetst.
c De accreditatiecommissie en de verantwoordelijke uit het bestuur van de NVR kan steekproefsgewijs een door de NVR geaccrediteerde bijeenkomst onaangekondigd visiteren, zonder dat deelnemerskosten worden berekend.
9) Organisatiecommissie
a De leden van de organisatiecommissie (de voor de organisatie van de bijeenkomst verantwoordelijke groep/ het verantwoordelijk comité) worden eindverantwoordelijk gesteld voor:de organisatorische/ logistieke kwaliteit van de bij- of nascholingsbijeenkomst;
het voldoen van de bij- of nascholingsbijeenkomst aan de voorwaarden die hieraan in de Code Geneesmiddelen Reclame (www.cgr.nl) worden gesteld;
de onafhankelijkheid van de voorzitter van de programmacommissie van de bij- of nascholingsbijeenkomst t.o.v. voor deze bijeenkomst relevante (farmaceutische) bedrijven en sponsors.
Het staat leden van de organisatiecommissie vrij zelf de rol van programmacommissie te vervullen dan wel een aparte programmacommissie te benoemen (en vice versa). In alle gevallen gelden voor de programmacommissie de onderstaande eisen.
10) Programmacommissie
a De voorzitter van de programmacommissie (de voor de inhoud en programmering van de didactische activiteiten verantwoordelijke groep/ het verantwoordelijk comité) dient onafhankelijk te zijn, d.w.z. dat hij geen voor deze bijeenkomst relevante relatie heeft met een (farmaceutisch) bedrijf of sponsor, zoals gedefinieerd in artikel 8.
b Het verdient de voorkeur dat tenminste één lid van de programmacommissie beschikt over een registratie als specialist bij de HVRC, MSRC of SGRC op het vakgebied van het beoordelende specialisme.
c De voorzitter van de programmacommissie is eindverantwoordelijk voor de:
– inhoudelijke (wetenschappelijke) kwaliteit van het programma;
– objectiviteit van het programma;
– didactische kwaliteit van het programma;
– relevantie van het programma voor de doelgroep.
11) Zichtbaarheid van relaties met farmaceutische bedrijven of sponsors
a. Sponsors dienen te worden vermeld op de aankondiging en het programma.
b Van een relatie met een farmaceutisch bedrijf (inclusief koepelorganisaties) of sponsor, wordt geacht sprake te zijn als iemand werknemer, directeur, bestuurslid, of grootaandeelhouder is bij een farmaceutisch bedrijf of sponsor, of als een farmaceutisch bedrijf of sponsor iemand onderzoeks- of onderwijsfondsen verstrekt, of betaalt als consulent of adviseur.
c Van een voor deze bijeenkomst relevante relatie met een bedrijf of sponsor wordt geacht sprake te zijn, als deze bedrijven of sponsors belang kunnen hebben bij de bijeenkomst.
d Een voor deze bijeenkomst relevante relatie van een lid van de organisatiecommissie, programmacommissie, spreker, dagvoorzitter, of sessievoorzitter met een (farmaceutisch) bedrijf of sponsor, moet uit de aankondiging en het programma blijken en mag de programmacommissie niet beknotten in haar autonomie.
e De voorzitter van de programmacommissie dient onafhankelijk te zijn, d.w.z. dat hij geen voor deze bijeenkomst relevante relatie heeft met een (farmaceutisch) bedrijf of sponsor, zoals gedefinieerd in dit artikel onder a en b
12) Promotioneel programmaonderdeel
a Een promotioneel programmaonderdeel is een programmaonderdeel dat tot doel heeft een of meer producten van een bedrijf met winstoogmerk onder de aandacht te brengen.
b Een promotioneel programmaonderdeel komt niet in aanmerking voor accreditatie.
c Een eventueel promotioneel programmaonderdeel dient als zodanig duidelijk herkenbaar in het (concept)programma te worden aangegeven.
d Deelnemers moeten zich probleemloos aan een promotioneel programmaonderdeel kunnen onttrekken, waarbij zij onbelemmerd de rest van het programma kunnen bijwonen.
13) Code Geneesmiddelen Reclame
a De bij- of nascholingsbijeenkomst dient te voldoen aan de voorwaarden die hieraan in de Code Geneesmiddelen Reclame (www.cgr.nl) worden gesteld.