Sluiten

Osteoporosepatiënten mogen niet zomaar stoppen met denosumab

Osteoporosepatiënten die Prolia (denosumab) gebruiken mogen niet stoppen met dit geneesmiddel zonder overleg met huisarts of specialist. Uit onderzoek blijkt dat bij patiënten mogelijk een terugval in botmassa ontstaat, wat kan leiden tot wervelinzakkingen en/of fracturen. De Botwerkgroep van de NVE en de Osteoporose Vereniging hebben het initiatief genomen om samen met de KNMP en in afstemming met NHG, NVR en NVKG om patiënten en voorschrijvers te informeren.

Bij bisfosfonaten is voorschrijven gedurende 5 jaar gebruikelijk, maar voor denosumab is de optimale behandelduur nooit vastgesteld. Uit onderzoek blijkt dat de bottoename door denosumab een jaar na stoppen vrijwel geheel verdwenen is. Er treedt een rebound effect op: de botafbraak neemt toe en de botmineraaldichtheid daalt. Dit rebound effect lijkt gepaard te gaan met een toegenomen risico op (multipele) wervelfracturen in het eerste jaar na staken van de behandeling met denosumab. Het is dan ook onverstandig te stoppen met denosumab zonder evaluatie van het fractuurrisico.

Het advies aan de arts (zie artsenbrief) is gerelateerd aan het fractuurrisico:

  • Wanneer het fractuurrisico na 5 jaar behandelen nog steeds hoog is, kan denosumab nog 5 jaar worden voorgeschreven, of wordt een ander middel voor de periode van 5-10 jaar voorgeschreven.
  • Wanneer het fractuurrisico na 5 jaar behandelen laag is, kan denosumab gestopt worden en kan aanvullend een nabehandeling met oraal of intraveneus bisfosfonaat gegeven worden om het botverlies na stoppen zoveel mogelijk te voorkomen.

De voorbeeldbrief is opgesteld in samenwerking met de Osteoporose Vereniging, verenigingen van specialisten en huisartsen en zijn medeondertekend door de KNMP.